De bewoners.
Het kasteel was op de eerste plaats een onderkomen voor de heer.
De heer had een aantal bedienden en adviseurs die met hem overal
naar toe reisden. Voor het beheer van het kasteel had de heer
mensen op locatie in dienst. Zo was er een kastelein, een portier en
een rentmeester. Deze personen regelden het dagelijks leven op het
kasteel en de domeinen. Voor het fysiek uitvoeren van de diverse
werkzaamheden waren verschillende personen in dienst. Zo worden
in de archieven o.a. keukenpersoneel, (stal)knechten, een kapelaan,
valkeniers, hoendervanger en bottelaar voor de brouwerij van de
heer genoemd. Naast woning was het kasteel ook een militair object.
In de beginperiode, toen het kasteel voor de aanvallers een
onneembaar obstakel was, werd de verdediging grotendeels door het
in dienst zijnde personeel en de bewoners van de omliggende
domeinen verzorgd. Met een kleine bezettingsmacht in het kasteel
was men in staat een relatief grote aanvallende overmacht tegen te
houden. Met name in de Tachtigjarige Oorlog zijn in Wouw legers
gevestigd afkomstig uit diverse landen. Zo treffen we Spaanse,
Franse, Waalse en Duitse troepen aan.